Rob's web

Home - Voedingsleer - Nutriënten - Vitaminen - Vitamine B12


Vitamine B12

Chemische naam: (Cyano)cobalamine (engels: Cobalamin)
Molecuulformule: C63H88CoN14O14P
Molecuul gewicht: 1355,4 g/mol

Vitamine B12 is evenals alle vitamine uit het vitamine B complex wateroplosbaar. Cobalamine zorgt samen met vitamine B6 (pyridoxine) en B9 (foliumzuur) voor de opname van ijzer door het lichaam en het is betrokken bij de vorming van rode bloedcellen. Een tekort aan deze vitaminen kan lijden tot bloedarmoede. Deze drie vitaminen zorgen ook voor een goede werking van het zenuwstelsel en zijn betrokken bij het aminozuur metabolisme.

Eigenschappen

Symptomen bij een tekort

Voorzichtig en giftigheid

Vitamine B12 wordt als niet giftig beschouwd. Toch wordt aangeraden maximaal 200 mg per dag te nemen.

Dosering en natuurlijke bronnen

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van dit vitamine is 0,001 mg (= 1 microgram). Doseringen van 5 - 50 microgram zijn voor de meeste mensen voldoende, neem hogere doseringen alleen op advies van een deskundige. Bij voorkeur innemen als bestanddeel van een B-complex preparaat. De maximale aanbevolen veilige dosis is 200 mg per dag.

Voedingsstoffen rijk aan vitamine B12 zijn alleen dierlijke producten en onder andere: eieren, kaas, kwark, melk, vis en vlees.

Specifieke biochemische werking

Vitamine B12 kan in het lichaam worden omgezet in een coënzym (coënzym B12) door er een ribose- en een adeninemolecuul als restgroep aan te plaatsen. In de onderstaande afbeelding is coënzym B12 te zien met de restgroep afgebeeld in rood.

coënzym B12

Molecuulformule: C72H100CoN18O17P
Molecuul gewicht: 1579,60 g/mol

Dit coënzym is nodig bij twee enzymen. Ten eerste bij een enzym dat betrokken is bij het vetzuurmetabolisme, namelijk methylmalonyl-CoA mutase. Dit enzym maakt mede de afbraak van vetzuren met een oneven aantal koolstofatomen mogelijk.

Ten tweede is coënzym B12 nodig bij de biosynthese van het aminozuur methionine, en wel bij het enzym homocysteine methyltransferase. Dit enzym zet een methylgroep aan homocysteine waardoor methionine ontstaat.

Ziekten waarbij een mogelijk tekort aan Vitamine B12 ontstaat

Tegenwoordig is er een aantal vleesvervangers op de markt met toegevoegde B12 en ook het broodsmeersel Marmite bevat B12. B12 komt bijvoorbeeld ook in zeewieren voor, maar in een vorm die nauwelijks opgenomen kan worden. Mogelijk is dit bij een bron als lupine ook het geval.

Vitamine B12 is een wateroplosbare vitamine die kan worden opgeslagen in de lever. Ze is essentieel voor de recyclage van heel wat enzymen, onder meer een enzym dat betrokken is bij de aanmaak van het werkzame bestanddeel van vitamine B9. Een tekort aan vitamine B12 kan dus paradoxaal genoeg al gauw tot een tekort aan vitamine B9 leiden.

Een volwassene produceert elke seconde gemiddeld meer dan 2 miljoen nieuwe rode bloedcellen. Daarvoor zijn vitamine B12 en B9 nodig. Een tekort aan B9 door te weinig B12 veroorzaakt macrocytaire anemie (gekenmerkt door de aanwezigheid van grote rode bloedcellen) en chronische vermoeidheid.

Ten slotte draagt vitamine B12 bij tot de productie van het myelineomhulsel rond de zenuwcellen en zorgt ze voor een betere overdracht van de zenuwinflux.

De ernstigste vorm van vitamine B12-tekort is anemie van Biermer, een ziekte waarbij de rode bloedcellen weinig talrijk zijn en veel groter dan normaal. Deze vorm van anemie ontstaat door onvoldoende opname van vitamine B12. De enige behandeling zijn injecties met vitamine B12 in de spier, en dat levenslang.

Een minder vaak voorkomende vorm van bloedarmoede wordt veroorzaakt door een gebrek aan vitamine B12. De aanmaak van rode bloedlichaampjes, die zuurstof vervoeren, wordt verstoord door een tekort aan vitamine B12.

Vooral zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven, moeten ervoor zorgen voldoende vitamine B12 te hebben.

Lupine bevat van nature vitamine B12 dat echter niet door het menselijk lichaam kan worden opgenomen.

Vitamine B-12 tekort

B12 is een noodzakelijkheid bij de deling van lichaamscellen in samenwerking met de zogenaamde intrinsieke factor. Het is daarom een belangrijk voedingsbestanddeel en behoort tot de 50 essentiële voedingsmiddelen. Er bevind zich veel B12 in de dikke darm, waar het echter niet door het lichaam kan worden opgenomen en benut. Vleeseters en omnivoren krijgen minder snel last van een B12 tekort. Dit omdat hun voeding via de dierlijke bestanddelen meestal voldoende B12 bevat en deze dierlijke voeding ook geen verslechterde opname van B12 uit andere bronnen veroorzaakt.

Vitamine B12 tekort

De ziekte van Addison-Biermer (Pernicieuze Anemie) door Henk de Jong

Een vitamine B12-tekort is haast nooit het gevolg van een verkeerde voeding, maar komt bijna altijd door een storing in de opname van deze vitamine. In verreweg de meeste gevallen is het ziektebeeld Addison-Biermer de oorzaak van zo'n opnameprobleem. Er is dan sprake van een stoornis in de opname van alleen vitamine B12 door een gebrek aan Intrinsic Factor-productie door de maagwandcellen, welke absoluut nodig is om B12 op te kunnen nemen uit het voedsel. Gaat vaak gepaard met een chronische maagwandontsteking, antistoffen tegen Intrinsic factor en een te lage maagzuurproductie. Dit is dan een blijvend probleem en de patiënt heeft voor de rest van het leven B12-injecties nodig. Het lichaam heeft in gezonde staat een B12 op voorraad voor enkele jaren. Een tijdelijk B12-tekort is daarom niet mogelijk, dus naar een diëtist sturen of enkele injecties geven en het dan na enkele maanden weer bekijken is uit den boze. De injecties zijn dan een tijdelijke ondersteuning maar herstellen de opname niet, daarom mag niet zomaar gestopt worden zonder controle gedurende enkele jaren. Na een injectie is de B12-waarde vele, vele maanden nietszeggend over de B12-status van de patiënt.

Bij een B12-tekort dient men zich altijd te realiseren dat dit meestal door deze opnamestoornis komt en ook dat dit onbehandeld tot ernstige en blijvende klachten kan leiden. Als het niet aan de voeding ligt mogen nooit B12-pillen worden voorgeschreven. Bij een B12-tekort moeten bij de dokter alle bellen gaan rinkelen omdat de opname anders is dan bij de andere vitaminen en niet in de laatste plaats vanwege de mogelijke blijvende schade.

De meest voorkomende klachten zijn: vermoeidheid, gevoelige tong, het gevoel op vilt of watten te lopen, tintelingen in voeten en handen, zware/stijve benen, psychische klachten, concentratieproblemen en duizeligheid. Het klachtenpatroon kan echter nogal verschillen van persoon tot persoon.

De onderste referentiewaarde voor B12 mag niet scherp gebruikt worden. Er is een groot grijs gebied rond deze waarde waarin een tekort niet is aan te tonen of uit te sluiten. De waarde geeft meer de kans op een tekort aan. Dus bij klachten die op een B12-tekort lijken en zeker bij de laag/normale waarden dient extra onderzoek gedaan worden (homocysteïne en methylmalonzuur). Een dalende B12-waarde zegt veel meer over een tekort dan de absolute waarde. Als de opname vermindert kan het jaren duren voordat de B12-waarde van de "gezonde" waarde (en wie weet die?) heel geleidelijk zakt naar de onderste referentiegrens. Al die tijd is de B12-balans negatief en zijn er al "vage" klachten bij waarden die ruim boven de onderste referentiegrens liggen. Dit alles doet de ziekte zich sluipend aandienen. En dit laatste kan weer tot gevolg hebben dat de patiënt vaak een bezoek brengt aan de dokter, die keer op keer niets vindt. In elk geval het bloedbeeld is steeds normaal. De kans wordt groot dat na enkele keren de patiënt niet zo serieus meer wordt genomen, de diagnose "het zit tussen de oren" komt dan al spoedig, zeer ten onrechte, in beeld.

Een B12-tekort kan echter bestaan terwijl het bloedbeeld normaal is, dus ook zonder anemie (bloedarmoede). Vanwege dit laatste is de klassieke benaming Pernicieuze Anemie niet zo geschikt en kan er beter gesproken worden van de ziekte van Addison-Biermer. De bloedarmoede komt dan in een later stadium. Ook zijn het niet alleen ouderen die getroffen worden, ook jongeren kunnen hier mee te maken krijgen.

De kans op deze ziekte is groter bij mensen met schildklierproblemen of andere auto-immuunziekten en in sommige families komt het vaker voor. De verhouding vrouwen : mannen = 1,6 : 1.

Als men deze opnamestoornis heeft dan helpen vitaminepreparaten niet. Dus laat je hiertoe niet verleiden, het zal onnodig de juiste behandeling uitstellen. De enige juiste en de best werkzame behandeling is met B12-injecties. Het is een blijvend probleem en verlangt een blijvende behandeling.

Na een of meer injecties is de B12-waarde in het bloed voor lange tijd nietszeggend over de B12-status van de patiënt. De verhouding tussen de waarde in het bloed en de hoeveelheid B12 in de weefsels is dan verstoord. De injecties verhelpen de gestoorde opname niet, maar vullen alleen de B12 aan en bij dit ziektebeeld moet dat blijvend zijn.

De begindosering wordt vooral bepaald door de laagst gemeten waarde. Bij lage beginwaarden of neurologische klachten minimaal 10 weken lang elke week een injectie van 1000 microgram hydroxocobalamine. Bij echt grote neurologische problemen hier minimaal een halfjaar mee doorgaan. Daarna over op de onderhoudsdosering. Het meest meest gangbaar is een injectie per twee maanden, diep in de bilspier. (met cyanocobalamine 1000 microgram een keer per maand).

De behoefte verschilt echter van persoon tot persoon. Dat kan varieëren van een injectie per twee maanden tot wel een per week. De klachten zijn daarvoor vaak een slechte graadmeter en daarom is de onderstaande vuistregel van belang. Hiermee wordt de frequentie van de injecties aangepast aan de individuele patiënt. Deze regel staat in geen enkel boek, maar is gebaseerd op honderden gevallen van deze ziekte, waarmee deze mensen zich hebben gemeld via e-mail. Het "instellen" aan de hand van de referentiewaarden, wat sommige dokters doen, is niet goed. Dit laatste staat echter ook in geen enkel boek. Met "instellen" heeft de behandeling dan ook niets te maken. Het gaat er juist om ruim voldoende B12 toe te dienen. De "normale" referentiewaarden mogen hier dan ook niet voor gebruikt worden.

Vuistregel: De B12-waarde dient kort voor de volgende geplande injectie (de waarde is dan het laagst) nog >1000 pmol/l te zijn. Is deze waarde lager dan dient de injectiefrequentie verhoogd te worden zodat hier wel aan voldaan wordt. Hierdoor wordt op safe gespeeld. Ook dient de frequentie opgevoerd worden als de patiënt weer de klachten voelt opkomen tegen de tijd van de volgende injectie.. Die situatie dient te worden vermeden. Een teveel aan B12 is hierbij niet mogelijk, omdat vitamine B12 wateroplosbaar is.

De injecties heffen het tekort op, maar de patiënt houdt een chronisch B12-opnameprobleem. Na het starten van de behandeling hangt het er van af hoe lang de waarde al laag was. Is dat al lang dan is de kans op blijvende schade en klachten erg groot (o.a. de gecombineerde strengziekte). Het B12-tekort is dan wel opgeheven en de patiënt ziet er goed uit, maar dat zegt niet dat er geen klachten meer kunnen zijn. Na ongeveer een jaar na de start van de behandeling zal er geen verder herstel plaatsvinden. Wat overblijft is blijvend. Het probleem is dan moeilijk objectiveerbaar, niet te meten en onbekend bij keuringsartsen zodat een medische keuring problemen kan geven. De klachten worden dan soms, zeer ten onrechte, niet serieus genomen.

Dit zijn vooral vermoeidheids- en neurologische klachten. De mate waarin de blijvende klachten zich manifesteren hangt er erg van af hoe lang er een tekort is geweest en hoe laag de waarde was. Ook een behandeling met te weinig injecties kan blijvende schade veroorzaken. De kans dat dit gebeurt is heel groot als de dokter in deze situatie de normale referentiewaarden gebruikt om de behandeling aan te toetsen. Deze onwetendheid is er later voor verantwoordelijk dat de dokters de ontstane schade later niet als gevolg zien van een ondermaatse behandeling.

Mensen met al een auto-immuunziekte zoals b.v. Hypothyreoïdie, lopen een grotere kans op een B12-probleem. Soms wordt er bij mensen met een B12-tekort de verkeerde diagnose gesteld. Dit zijn ziektebeelden die klachten geven die ook bij een B12-tekort voorkomen. Daarom mag pas de diagnose ME/CVS, Fibromyalgie, Burn-out en Postnatale depressie gesteld worden als naast andere ziekten ook een vitamine B12-tekort is uitgesloten. Er moet dan specifiek op B12 worden gemeten. Ook bij overgangsklachten dient een B12-tekort uitgesloten te worden. Van belang is ook hier dat de onderste referentiewaarde niet scherp gebruikt mag worden.

Vitamine B12-tekort - vooral bij ouderen

Ben je chronische moe, duizelig, trillerig of heb je continue vage klachten? Laat dan eens je B12 in je bloed meten. Aan de ene kant kun je een tekort krijgen door een vegetarisch/veganistisch dieet maar ook kan de absorptie van de darm verstoord zijn en helpen supplementen dan ook niet meer. Een Engelse huisarts gaat zelfs zo ver dat een groot deel van chronische aandoeningen eigenlijk wordt veroorzaakt door een B12 tekort. Met name ouderen (ongeveer 25%) heeft een B12 tekort. Gezien B12 een belangrijke rol speelt bij de produktie van rode bloedcellen, de balans van je zenuwgestel en je geheugen is het iets wat een grote invloed heeft op je functioneren.

Een vitamine B12-tekort is haast nooit het gevolg van een verkeerde voeding, maar komt bijna altijd door een storing in de opname van deze vitamine. In verreweg de meeste gevallen is het ziektebeeld Addison-Biermer de oorzaak van zo'n opnameprobleem. Er is dan sprake van een stoornis in de opname van alleen vitamine B12 door een gebrek aan Intrinsic Factor-productie door de maagwandcellen, welke absoluut nodig is om B12 op te kunnen nemen uit het voedsel. Gaat vaak gepaard met een chronische maagwandontsteking, antistoffen tegen Intrinsic factor en een te lage maagzuurproductie.

Dit is dan een blijvend probleem en de patiënt heeft voor de rest van het leven B12-injecties nodig. Het lichaam heeft in gezonde staat een B12 op voorraad voor enkele jaren.

Een tijdelijk B12-tekort is daarom niet mogelijk, dus naar een diëtist sturen of enkele injecties geven en het dan na enkele maanden weer bekijken is uit den boze.